Bandenspanning

Banden hebben aandacht nodig, hou de spanning er in…Motorband

Twee stukjes rubber, nog kleiner dan een bierviltje. Dat is alles dat je als  motorrijder hebt om acceleratiekrachten, remkrachten en spoorkrachten op het asfalt over te brengen. Reden te meer om deze rubbers goed te verzorgen!

Banden zorgen er voor dat je motor de grip heeft om te accelereren, te remmen en om veilig door een bocht te rijden. Grip is echter niet het enige dat telt. De vorm van de band zorgt er voor dat de motor vertrouwd aanvoelt en neutraal stuurt. Een van de eerste dingen die je merkt als de bandenspanning te laag is, is dat de motor “zoekerig” wordt, moeilijk instuurt en onzeker aanvoelt in de bocht. Dat komt omdat de band vervormt en daardoor zijn ideale contour verliest. Het heeft echter nog meer nadelen. Vervormen kost energie en dus gaat het brandstofverbruik onnodig omhoog. Bovendien slijt de dure band door de extra wrijving harder, vooral in de zones net naast het midden. Het meest gevaarlijk is dat de temperatuur van de band door de vervorming hoog oploopt en dat kan tot een klapband leiden.
Een te hoge bandenspanning is ook niet goed, de motor voelt dan erg stuiterig aan omdat hij niet meer in staat is om kleine oneffenheden te absorberen. Ook heeft een band wel een beetje vervorming nodig, omdat hij daardoor op die temperatuur komt waarbij de rubbersamenstelling zijn grip gaat leveren. Hou daarom altijd de bandenspanning aan zoals die in het instructieboekje staat vermeld. Vergeet niet om de spanning aan te passen als je met een passagier of bagage op weg gaat!

BandenspanningsmeterHoe de bandenspanning meten ?
Er zijn bedrijven die vinden dat je banden met pure stikstof moet vullen. Dat zou de bandenspanning beter vasthouden, omdat stikstof (in tegenstelling tot zuurstof) niet door de poriën van het enigszins poreuze rubber zou kunnen gaan. Nu bestaat buitenlucht ook voor 80% uit stikstof, dus zou je na een of twee keer buitenlucht pompen ook alleen maar stikstof in je banden overhouden. Dat lijkt dus niet zo heel zinvol te zijn. Wat wel zinvol is om de bandenspanning regelmatig te controleren met een goede bandenspanningsmeter. De meters bij benzinepompen zijn doorgaans behoorlijk mishandeld en kunnen enorm afwijken.
De bandenspanning die in de instructieboekjes staat, is gemeten met koude banden. Ga je rijden, dan warmen de banden op, waardoor de bandenspanning toeneemt. Het beste kun je de banden dus meten voordat je gaat rijden. Moet je toch met warme banden bijvullen, maak de voorband dan 0,2 bar harder dan in het boekje staat en de achterband 0,3 bar,dan zit je in elk geval veilig. Vergeet na het oppompen de dopjes niet op de ventielen te draaien. Bij zeer hoge snelheden zouden de ventielen door de centrifugaalkracht open kunnen gaan. Het dopje voorkomt dan dat de band ineens leeg raakt. Bovendien voorkomt het dat er vuil in de ventielen komt.

dotrecentLeeftijd van een band

Een andere reden kan de leeftijd zijn. Rubber hardt na verloop van tijd uit, waardoor het minder grip biedt en er haarscheurtjes in ontstaan die de kans op lekke banden en klapbanden vergroten. Hoe oud je band is kun je zien aan de viercijferige code achter de letters “DOT” op de band: de eerste twee cijfers geven de productieweek aan, de laatste twee het productiejaar. Zijn de banden meer dan 10 jaar oud, dan zou je ze toch wel moeten vervangen. Heb je een driecijferige DOT-code met een driehoekje erachter, dan zijn de banden van voor het jaar 2000. Zonder driehoekje zijn ze nog eens een decennium ouder…